Videotranscript: Hét stappenplan voor je scriptie

Goedenavond allemaal, hier is weer een live video! Ik wilde vandaag iets gaan vertellen over hoe je een goed stappenplan kan maken voor je gehele scriptie. Ik heb vanmiddag een studente daarmee geholpen, maar ik heb dat al een paar keer eerder gedaan.

Ik merk dat studenten het heel fijn vinden om echt een houvast te hebben en een overzicht over de gehele periode van hun scriptie. Daarom dacht ik: laat ik eens voordoen hoe ik dat doe met die studenten, zodat je (als je daar zelf tegenaan loopt) voor jezelf ook deze oefening kan doen.

Ik begin met twee lege vellen papier. Op het eerste lege vel ga ik noteren welke onderdelen jouw scriptie heeft. Dus hier gaat het echt om het stuk dat je gaat inleveren.

Stap 1: Noteer alle scriptie onderdelen

Iedere studie, of in ieder geval bij elke hogeschool (bij de universiteit is het net iets anders), zijn er altijd wel een aantal vaste onderdelen. Dus ik pak die vaste onderdelen erbij, en dan moet je zelf voor jouw studie het één en ander aanpassen zodat het klopt.

Meestal begint een scriptie met de inleiding. Ik probeer groot te schrijven zodat jullie het ook kunnen lezen. Na de inleiding komt het theoretische kader, deze noem ik voor nu gewoon de theorie. Dan komt daarna het Methode van Onderzoek hoofdstuk, oftewel welke methode je gaat gebruiken om onderzoek te doen. In dat deel ga je dus het onderzoek uitvoeren. Vervolgens heb je de resultaten: wat is er uit je onderzoek gekomen? Daarna heb je vaak nog de conclusie met eventueel aanbevelingen en de discussie. Dat zijn de zes hoofdonderdelen die bij de meeste scripties voorkomen. Dus dan weten we in ieder geval wat we gaan doen, en hiermee gaan we aan de slag.

Stap 2: Kijk hoe groot elk onderdeel is

De volgende stap is om te kijken hoe groot elk onderdeel is, want daar heb je natuurlijk geen idee van. Wat we meestal wel weten, is dat een hele scriptie gemiddeld veertig pagina’s telt. Misschien is het bij jouw studie zestig of dertig, maar gemiddeld heeft een scriptie meestal veertig pagina’s. Dus daar ga ik nu even vanuit. Vervolgens moeten we kijken hoe we die veertig pagina’s over deze hoofdstukken gaan verdelen. Heb jij zelf al enig idee hoe dat bij jouw scriptie zit? Het is goed om een idee te hebben hoeveel pagina’s ieder onderdeel ongeveer heeft, zodat je weet wanneer het te weinig, te veel, of juist precies genoeg is. Het komt voor dat je zoveel hebt dat je je tekst veel beknopter moet maken en je echt moet focussen op de kern van het probleem. Bij het theorie hoofdstuk gebeurt het vaak dat studenten te veel uitweiden. Dus dan geeft dit een goede houvast.

Zeg bijvoorbeeld dat de inleiding iets van vijf pagina’s is. Bij de theorie gaan we even uit van het dubbele; tien pagina’s. In de inleiding komt natuurlijk ook al wel de theorie naar voren. Maar in de theorie komt (zoals de naam al aangeeft) de meeste theorie naar voren. 

Dan hebben we de methoden van onderzoek. Het methode van onderzoek hoofdstuk kun je in zes pagina’s beschrijven. Het resultaten hoofdstuk zou ook zes pagina’s kunnen zijn, en dan hebben we nog de discussie en conclusie. Deze zouden elk bijvoorbeeld drie pagina’s kunnen zijn.

En dan komen we uit op ongeveer 33 pagina’s, en dan heb je nog wat extra pagina’s voor het begin. Je hebt natuurlijk ook een titelblad, een inhoudsopgave, een voorwoord en een samenvatting, deze tellen ook mee. Laten we zeggen dat deze onderdelen samen uit vijf pagina’s bestaan. Daar kun je natuurlijk altijd wel iets van afwijken, want je mag natuurlijk ook altijd minder pagina’s. Het is niet zo dat je altijd het maximale aantal pagina’s moet gebruiken.

Maar in ieder geval: nu heb je een richtlijn. Je kunt nu goed zien welke hoofdstukken groot zijn, en welke minder groot. De inleiding is bijvoorbeeld een groot hoofdstuk, wat niet per se iets zegt over hoeveel tijd je eraan kwijt zal zijn. In het methode hoofdstuk ga je bijvoorbeeld het hele onderzoek beschrijven. Tijdens dat hoofdstuk ben je bezig met het afnemen van interviews en ben je in de weer met de enquêtes, observaties en experimenten. Het zoeken en uitnodigen van respondenten, het testen van je vragenlijst, het analyseren van je resultaten met een statistisch programma: daar gaat veel tijd in zitten. Dus het Methode van Onderzoek hoofdstuk is wel een groot hoofdstuk, alleen staat er maar zes pagina’s voor.

Dus nu weet je hoe de bladzijden nummering er ongeveer uit moet zien en welke dingen erin moeten. Kijk voor jouw studie vooral ook wat er nog bij hoort, of wat misschien weggelaten kan worden.

Stap 3: Stel een tijdlijn op

De volgende stap is om een tijdlijn op te stellen. Ik heb hier een tijdlijn, en voor nu heb ik er één jaar bij gezet, maar hier staan de maanden genoteerd.

Stel je hebt vier maanden voor je scriptie, dan heb ik hier vier maanden uitgetekend. Dus dan moet je in vier maanden alles gedaan hebben. Dan kunnen we gaan kijken wat in welke maand gedaan zou kunnen worden.

Ik zou zelf zeggen: de methode en resultaten hoofdstukken zijn best wel groot, dus daar nemen we dan de middelste twee maanden voor. Dan hebben we een maand voor de inleiding en de theorie. Dus de inleiding en het theoretisch kader gaan we in de eerste maand doen.

Dan gaan we in de tweede maand de methoden en in de derde maand de resultaten beschrijven. Deze zullen misschien wat overlappen, want misschien ben je al je interviews aan het analyseren en resultaten aan het noteren, maar ben je ook nog observaties aan het doen. Vaak doe je meerdere soorten onderzoek, en die onderzoeken lopen dan naast elkaar.

Dan hebben we nog een maand voor de conclusie en de discussie. Zo zou je het grofweg gezien kunnen noteren. Intussen heb je de grootste dingen al genoteerd. Kijk: zo’n begin of voorwoord schrijf je in een middagje op het einde. Het titelblad maak je ook op het einde. Dat zijn allemaal niet de grootste dingen, dus daar hoef je geen hele maand voor te plannen.

Nou dan weet je in ieder geval: “Oké, het is nu oktober (bijvoorbeeld), ik moet dus deze maand de inleiding en het theoretisch kader klaar hebben. En ik weet dat ik in november met de methoden bezig ben en in december met de resultaten. Dan heb ik januari nog voor de conclusie en de discussie, en dan lever ik ‘m in februari in.” Dat is in ieder geval al een soort houvast – best wel op een hoog niveau, maar toch.

Stap 4(a): Zoom in (maandniveau)

Dan gaan we daarna eens inzoomen. Laten we de maand oktober erbij nemen en daarop inzoomen. Ik ga er even vanuit dat het vier weken zijn. Dus dan heb je [hier] week één, week twee, week drie en week vier van oktober. In oktober heb je dus vier weken de tijd om de inleiding en het theoretisch kader te gaan doen.
Zoals gezegd telt de inleiding ongeveer vijf pagina’s en het theoretisch kader tien. Je moet voor beide onderdelen natuurlijk wel wat vooronderzoek doen. Voor de inleiding moet je bijvoorbeeld in de organisatie die je onderzoekt vooronderzoek gaan doen en vragen stellen. Bij de theorie moet je in de bibliotheek gaan duiken, het één en ander via Google opzoeken en bijvoorbeeld artikelen lezen, dus dat is ook best wel een pittige taak.

Als ik het zo zie, dan zou ik zeggen dat de theorie net iets meer tijd kost dan de inleiding. Dus laten we voor het gemak even zeggen dat je de eerste week de inleiding doet, en de drie weken daarna het theoretisch kader. Dan is het misschien nog wel handig dat je dat even opsplitst – dat je precies weet wat je in die drie weken gaat doen. 

Stel dat jouw probleemstelling uit drie deelvragen bestaat. Dus je hebt hier deelvraag één, deelvraag twee en deelvraag drie. Dus dan heb je drie echt afgebakende concepten, of misschien heb je drie theorieën, of drie begrippen die je uit wilt leggen in de theorie. Dan zou je kunnen zeggen: ok, hier doe ik de theorie over deelvraag één, hier doe ik de theorie over deelvraag twee, en hier de theorie over deelvraag drie. Zo zou je het eventueel kunnen doen.

Het ligt er natuurlijk ook aan hoe jouw theoriehoofdstuk eruit gaat zien, maar kijk dan even hoe je het in drieën kan opdelen. Wat zijn ongeveer gelijke stukken? Wat is zó afgebakend dat ik er echt een week aan zou kunnen werken?

Stap 4(b): Zoom in (weekniveau)

Nu weet je nog steeds niet wat je morgen moet gaan doen, want dit is nog wel redelijk globaal. Dit is nog op weekniveau of op maandniveau eigenlijk, wat je in die maand gaat doen. Vervolgens wil je het naar weekniveau trekken, dus dan gaan we kijken naar deze week.

Daarom maken we een tijdlijn van de eerste week. Hoeveel dagen heeft een week? Als je alleen op de werkdagen werkt, dan heb je dus vijf werkdagen waaraan je aan je scriptie kan werken.
Het is ook goed om van tevoren voor jezelf te bepalen hoeveel uur per dag je eraan wil werken. Ga je echt acht uur werken, zit je echt van negen tot vijf in de bibliotheek? Of zeg je: ik wil liever alle ochtenden werken. Zo van: ik werk vier uurtjes, gewoon echt knallen, en dan ben ik de rest van de tijd vrij. Misschien studeer je in deeltijd, dan heb je ook niet de hele dag en kun je alleen in de avonduren drie uur plannen. Houd hiermee rekening als je dit gaat inplannen.

Noteer dus hoeveel dagen je eraan werkt en misschien ook het gemiddelde aantal uren. Op de ene dag werk je misschien zes uur, en de andere dag twee uur. Het kan variëren gedurende week. Probeer wel in een week een beetje het ritme gelijk te houden, zodat het ook voor jezelf wat duidelijkheid geeft en dat je niet continu blijft schuiven qua tijd.

Daarnaast moet je ook rekening houden met al je afspraken, die je dus om je scriptietijd heen plant. Als dat een beetje ingesleten is, dan is dat een stuk makkelijker. Ik zou zeggen: zes uur is ideaal, dus dat je van negen tot vier werkt met een grote pauze van een uur ertussen (je lunchpauze). En dan blokken van twee uur die je eventueel met de Pommodore techniek kan doen. Dus 25 minuutjes gefocust werken, even vijf minuutjes pauze, en weer 25 minuten doorwerken. Dan heb je zo vier blokken, en dat is een cyclus van Pommodore. Maar: kijk even goed wat voor jou het beste werkt. Dat kun je wel alvast nagaan.

Stap 4(c): Zoom in (dagniveau)

Maar goed: dan heb je dus vijf dagen, en wij gaan de inleiding in vijf dagen schrijven hebben we bedacht. Wat staat er in een inleiding? De inleiding beschrijft bijvoorbeeld de achtergrond, en die kun je in dag één beschrijven. Wat zit er nog meer in een inleiding? De deelvragen, de probleemstelling, de hoofdvraag, de aanleiding, en de doelstelling zitten er bijvoorbeeld in. Het geeft een soort van overzicht over wat je in de rest van de scriptie te zien krijgt.

We kunnen bijvoorbeeld met de achtergrond beginnen, om vervolgens over te schakelen naar de doelstelling. Daarna gaan we verder met de probleemstelling, de deelvragen en de hoofdvraag. Eigenlijk vormen de hoofdvraag en de deelvragen de gehele probleemstelling. Dat kan je dan op dag drie doen, dat is best wel een werkje.

Het is vaak ook zo dat dat gedeelte nog gedurende je onderzoek wat aangescherpt kan worden, maar je moet daar toch een start mee maken om verder te kunnen. Er moet wel iets van een basis zijn. Vaak wordt bij opleidingen ook een soort proposal of een plan van aanpak / onderzoeksvoorstel gevraagd waarin je dat dus al hebt bedacht, en dat scheelt altijd wel. Maar in ieder geval: plan daar dan een dag of misschien twee dagen voor in.

Dan hebben we nog het overzicht van wat er gaat komen in de scriptie, en dat zou je bijvoorbeeld [hier] kunnen doen, dat is een klein dingetje. Misschien is dat wel iets wat je ook helemaal aan het eind van de scriptie nog kan schrijven, omdat je dan echt alles af hebt. Al weet je nu natuurlijk wel al wat voor soort hoofdstukken je gaat benoemen, dus je kan daar wel een opzetje voor maken.

In feite heb je nu van groot naar steeds kleiner gepland. Nogmaals: je begint eerst met alle stappen van je scriptie en noteert alle maanden. Vervolgens zoom je in op één maand, dan kijk je naar de weken, en zoom je weer in op één week. Als laatste kijk je naar alle dagen. Zo heb je dus heel snel een overzicht van wat je wanneer moet doen, en dan weet je ook of je goed op weg bent. Of dat je misschien wat harder eraan moet trekken, of dat je juist achterover kan leunen. Dus dit is het stappenplan dat ik met jullie wilde delen.

In de schrijfflow komen

Ik ga even kijken of er een comment of een vraag is, en die is er. De vraag luidt:

“Het probleem met plannen bij mij is dat zodra ik de tijd heb om eraan te werken, mijn hoofd helemaal vol zit. Dan kom ik dus totaal niet in de schrijfflow. Vaak als ik wel die flow voel, dan moet ik werken of heb ik de kinderen om me heen, oftewel: het is dan weer veel te druk. Ik vind het heel frustrerend dat áls ik dan de tijd heb om eraan te werken, mijn hoofd dat niet wil.”

Ik begrijp wat je bedoelt. Wat denk ik wel belangrijk is, is als je eens nagaat wanneer jouw hoofd vol zit en wanneer je hoofd wel meewerkt en je dus lekker kan werken. Is dat ’s ochtends of is dat ’s avonds? Houd er rekening mee wanneer je minder tijd hebt en het te druk is met de kinderen. Plan je taken dan niet te strak in. Het is beter dat je twee uur gewoon lekker kan werken, dan dat je eigenlijk vier uur wilde werken, waarvan je de helft gefrustreerd bent omdat het te druk is om je heen.
Zorg dus dat je op een moment werkt dat voor jou fijn is. Kun je echt ’s avonds nog een uur werken, of is overdag beter? Of moet je misschien eerst sporten van tevoren om wat fitter te zijn en die watten uit je hoofd te hebben? Niks is zo frustrerend om te gaan werken en dat het maar niet wil lukken. Dat geef je zelf ook al aan: je komt dan helemaal niet vooruit. Dan moet je het ook niet gaan pushen, want het meeste dat je dan op papier zet is dan toch niet zo goed. Dan gebeurt het vaak dat je achteraf leest wat je hebt geschreven en denkt: “Wat dacht ik hier nu helemaal?”
Bovendien kost alles je dan veel meer tijd, dus dan kun je het best gewoon even stoppen en denken: “Oké, dit is niet het juiste moment.”
Zorg er ook voor dat je goed uitgeslapen bent, dat je goed voor jezelf hebt gezorgd, dat je gegeten hebt, dat soort dingen. Een scriptie schrijven is echt iets wat je met je hoofd moet doen, dus daar moet je wel gewoon fit voor zijn. Zorg dus goed voor jezelf!

Nou, ik hoop dat dit je een beetje helpt. Ik vind het heel leuk dat je gekeken hebt! Deze video staat ook op YouTube, dus je kan je daar abonneren als je iedere week een nieuwe video wilt zien. Ik hoop dat het stappenplan je een stuk verder brengt. Laat me even weten hoe het voor jou werkt en wat je er allemaal hebt uitgehaald, want dat vind ik leuk om te weten.

Nou, bedankt en fijne avond nog. Doei!


Masterclass: Hulp bij je hoofdvraag

De gratis Masterclass neemt je stap voor stap mee naar de perfecte hoofdvraag.

Ben je aan het worstelen met het maken van je hoofdvraag? Of twijfel je of je hoofdvraag goed is opgesteld? Of wil je je graag goed voorbereiden op het maken van de hoofdvraag?

Dan is deze masterclass voor jou!

Donderdag 1 december van 19:30 uur tot 21:00 uur

–> Klik hier voor meer info <--
Hét stappenplan voor je scriptie
Hét stappenplan voor je scriptie
Getagd op:        

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *